Betaaltermijnen mkb en kleine ondernemers ingekort

Met ingang van 1 juli 2017 kunnen grote ondernemingen geen langere betaaltermijn dan 60 dagen overeenkomen met midden- en kleinbedrijf en zelfstandig ondernemers als leverancier of dienstverlener. Overeenkomsten met betaaltermijnen van langer dan 60 dagen worden nietig verklaard.

De betaaltermijn wordt van rechtswege omgezet in een betaaltermijn van 30 dagen. Als de afnemer de factuur pas na 30 dagen betaalt, is van rechtswege wettelijke handelsrente verschuldigd over de termijn die de 30 dagen overschrijdt. Nu kan een betaaltermijn van langer dan 60 dagen overeengekomen worden als dit aantoonbaar voor geen van beide partijen nadelig is.

De wetswijziging moet voorkomen dat grote ondernemingen onredelijk lange betaaltermijnen afdwingen. Het voorstel is een verdere uitwerking van de Europese richtlijn late betalingen en maakt gebruik van de mogelijkheid die de Richtlijn biedt om op nationaal niveau de wet aan te scherpen. De wet van 18 april 2017 tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het tegengaan van onredelijk lange betaaltermijnen is gepubliceerd in het Staatsblad 2017, nr. 170.

De wet is van toepassing op grote ondernemingen die voldoen aan artikel 397 lid 1 en 2 Boek 2 BW.

Betaalme.nu
De 50 grote bedrijven en instellingen die mee doen, zijn te vinden op Betaalme.nu. Betaalme.nu heeft als doel heeft dat een betalingstermijn van uiterlijk 30 dagen de norm wordt. Aan Betaalme.nu doen bedrijven als Heineken, Rabobank, Schiphol, Unilever, Shell en Philips mee. Het betreft een non-commercieel initiatief dat wordt gesteund door het ministerie van Economische Zaken.

Mocht u vragen hebben over bovenstaand onderwerp, laat dan hier uw gegevens achter of neem direct contact op met:

drs. J.A. van den Bosch MBA RB
Administratie- en Adviesburo Bouwer BV
Telefoon: 078-6393777
info@gbouwerbv.nl


Wilt u meer weten over de diensten die wij leveren?

Vul hier uw gegevens in.

Naam*

Uw e-mail*

Uw bericht

(* verplichte velden)

Wet DBA: Handhaving uitgesteld tot 1 juli 2018

De handhaving van de Wet DBA is uitgesteld (zie rijksoverheid.nl). In een eerder stadium werd de handhaving van de per 1 mei 2016 in werking gestelde wet uitgesteld tot 1 januari 2018. Mocht de belastingdienst achteraf constateren dat er sprake is van een dienstbetrekking? Dan worden tot 1 juli 2018 géén correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd, tenzij sprake is van kwaadwillendheid.

 Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie
Sinds de invoering van de Wet DBA is wel duidelijk geworden dat de arbeidswetgeving niet meer past bij de huidige praktijk voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Met het oog op het ambtelijk onderzoek naar de mogelijke herijking van de arbeidswetgeving werd de handhaving al uitgesteld tot 1 januari 2018. In het onderzoeksrapport ‘Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie’, worden tien varianten voor de Wet DBA voorgelegd. Het is aan het nieuwe kabinet om daar keuzes in te maken. Vervolgens moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers voldoende tijd krijgen om hun werkwijze zo nodig daarop aan te passen. De staatssecretaris van Financiën vindt 1 januari 2018 te kort dag.

Handreiking DBA Belastingdienst gepubliceerd

Met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) vervalt vanaf 1 mei 2016 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Ter vervanging van de VAR kunnen opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel een voorbeeldovereenkomst van de Belastingdienst gebruiken om vooraf zekerheid te hebben over hun arbeidsrelatie en zo te weten dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Lees verder

Voorbeeldovereenkomsten ter vervanging van de VAR

De VAR gaat verdwijnen vanaf 2016 (link). Opdrachtnemers zijn derhalve niet meer in staat om een VAR aan te vragen. De Belastingdienst gaat overeenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers beoordelen. Met deze beoordeling kunnen opdrachtgever en -nemer (vooraf) zekerheid krijgen over de voorgenomen arbeidsrelatie. Lees verder

Vervanging van de VAR

De tweede kamer is akkoord over het wetsvoorstel voor de vervanging van de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie). Eerder was het voorstel dat de VAR vervangen zou worden vervangen door de Beschikking Geen Loonheffingen (BGL). Dit voorstel gaat echter niet door.  De tweede kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen, waarin een overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer wordt beoordeeld door Belastingdienst. Indien de eerste kamer akkoord gaat, verdwijnt de VAR per 2016. Lees verder