Wet DBA: Handhaving uitgesteld tot 1 juli 2018

De handhaving van de Wet DBA is uitgesteld (zie rijksoverheid.nl). In een eerder stadium werd de handhaving van de per 1 mei 2016 in werking gestelde wet uitgesteld tot 1 januari 2018. Mocht de belastingdienst achteraf constateren dat er sprake is van een dienstbetrekking? Dan worden tot 1 juli 2018 géén correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd, tenzij sprake is van kwaadwillendheid.

 Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie
Sinds de invoering van de Wet DBA is wel duidelijk geworden dat de arbeidswetgeving niet meer past bij de huidige praktijk voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Met het oog op het ambtelijk onderzoek naar de mogelijke herijking van de arbeidswetgeving werd de handhaving al uitgesteld tot 1 januari 2018. In het onderzoeksrapport ‘Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie’, worden tien varianten voor de Wet DBA voorgelegd. Het is aan het nieuwe kabinet om daar keuzes in te maken. Vervolgens moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers voldoende tijd krijgen om hun werkwijze zo nodig daarop aan te passen. De staatssecretaris van Financiën vindt 1 januari 2018 te kort dag.

Handreiking DBA Belastingdienst gepubliceerd

Met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) vervalt vanaf 1 mei 2016 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Ter vervanging van de VAR kunnen opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel een voorbeeldovereenkomst van de Belastingdienst gebruiken om vooraf zekerheid te hebben over hun arbeidsrelatie en zo te weten dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Lees verder

Voorbeeldovereenkomsten ter vervanging van de VAR

De VAR gaat verdwijnen vanaf 2016 (link). Opdrachtnemers zijn derhalve niet meer in staat om een VAR aan te vragen. De Belastingdienst gaat overeenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers beoordelen. Met deze beoordeling kunnen opdrachtgever en -nemer (vooraf) zekerheid krijgen over de voorgenomen arbeidsrelatie. Lees verder